Bijna zes op de tien huurders komt niet rond

Meer dan de helft van de huurders heeft moeite met rondkomen. Ook betalingsproblemen nemen toe en huurders bouwen minder vaak een financiële buffer op dan woningeigenaren.

Dit blijkt uit het nieuwe rapport Geldzaken in de praktijk 2026 van het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Na enkele jaren waarin de financiële positie van huishoudens voorzichtig verbeterde, ziet het Nibud in 2026 een duidelijke verslechtering. Vooral huurders behoren tot de groepen die het zwaar hebben.

Kloof tussen huurders en woningeigenaren groeit
Van alle huurders geeft 56 procent aan moeite te hebben met rondkomen. Twee jaar geleden was dat nog 48 procent. Onder huishoudens met een koopwoning ligt dat aandeel veel lager: 24 procent. In 2024 was dat nog 22 procent. De verschillen zijn daarmee groot. Waar ongeveer één op de vier woningeigenaren moeite heeft met rondkomen, geldt dat inmiddels voor ruim één op de twee huurders. Het Nibud noemt huurders expliciet als een van de groepen die relatief vaak financiële problemen ervaren. Andere groepen zijn huishoudens met lage inkomens, jongvolwassenen en mensen met wisselende inkomsten.

Financiële zorgen groeien
Niet alleen het rondkomen wordt lastiger. Ook de financiële zorgen nemen toe. In 2026 maakt 43 procent van de huurders zich regelmatig tot altijd zorgen over de eigen financiële situatie. In 2024 was dat nog 37 procent. Onder woningeigenaren ligt dit aandeel met 24 procent aanzienlijk lager.

Huurders kunnen minder sparen
Het onderzoek laat zien dat huurders ook minder mogelijkheden hebben om een financiële buffer op te bouwen. Twintig procent van de huurders spaart helemaal niet. Daarnaast sparen huurders relatief vaak slechts een klein deel van hun inkomen. Van de huurders die wel sparen, zet 42 procent minder dan 10 procent van het inkomen opzij. Bij woningeigenaren is dat 24 procent. Ook de omvang van de financiële buffer blijft achter. Volgens het Nibud beschikken huurders relatief vaak over minder dan 2.500 euro spaargeld. Bij huurders heeft ongeveer vier tot vijf op de tien huishoudens minder dan dit bedrag achter de hand. Dat maakt huurders extra kwetsbaar voor financiële tegenvallers.

Betalingsproblemen stapelen zich op
Het Nibud ziet in vrijwel alle vormen van ‘betalingsproblemen’ een verslechtering ten opzichte van 2024. Landelijk steeg het aandeel huishoudens dat aangeeft rekeningen niet te kunnen betalen van 17 naar 25 procent. Ook betalingsherinneringen, geweigerde automatische incasso’s en rood staan komen vaker voor. Onder huurders zijn betalingsproblemen bovendien omvangrijker dan onder woningeigenaren. Huurders die betalingsproblemen ervaren, hebben gemiddeld met 4,1 verschillende betalingsproblemen te maken. Bij woningeigenaren ligt dat gemiddelde op 3,4. Volgens het Nibud laat dit zien dat financiële problemen zich bij huurders vaker opstapelen.

Steeds minder geld over na betalen woonlasten
Opvallend is dat huishoudens vaker moeite hebben met het betalen van boodschappen, vervoer en zorgkosten dan met de huur of hypotheek zelf. Volgens het Nibud komt dat doordat woonlasten meestal vaste, voorspelbare uitgaven zijn die prioriteit krijgen. De financiële druk wordt daardoor vooral zichtbaar bij de dagelijkse uitgaven die van maand tot maand verschillen. Voor huurders betekent dit dat de huur vaak nog wel wordt betaald, maar dat er steeds minder ruimte overblijft voor andere noodzakelijke kosten.

Rem de huurverhogingen en maak inkomensgroei mogelijk
Het onderzoek toont aan dat veel huurders financieel in de knel zitten. Dat betekent volgens de Woonbond dan ook dat de overheid moet zorgen voor gematigde huurverhogingen en hogere stijging van inkomens zodat huurders meer te besteden hebben.