Zoek naar samenwerking en slimme oplossingen voor ontmoetingsruimten

Een ontmoetingsruimte in een wooncomplex kan de kwaliteit van leven voor ouderen verbeteren. De afweging voor een woningcorporatie om hierin te investeren, is dus niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk. Dat zegt Michiel Majoor van Finance Ideas, die onderzoek deed naar ontmoetingsruimten.
De inhoudelijke afweging draait om de vraag: wat is de rol van de woningcorporatie? De eenzaamheid is onder ouderen groter dan in andere leeftijdsgroepen. Zeker als mensen minder mobiel worden. Ontmoeting in het woongebouw kan die eenzaamheid verminderen. Majoor pleit daarbij voor toevallige ontmoeting. Waarom? ‘Als je het gaat opdringen, wordt het beklemmend. Laagdrempeligheid en ondersteuning door een community manager helpen. Zeker voor mensen die wel wíllen, maar eigenlijk niet op anderen durven af te stappen.’
Verschillende gebouwvormen
Daarom keek Finance Ideas in samenwerking met EGM Architecten naar welk type nieuwbouwcomplex daarvoor geschikt is. ‘Bij nieuwbouw kun je de koppeling naar de financiële consequenties goed maken. Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat ontmoeting in alle gebouwtypen te faciliteren is. Daarbij is het wel zo dat de ene gebouwvorm ontmoeting op een meer natuurlijke wijze laat plaatsvinden dan de andere. Een carrévorm of hofvorm, bijvoorbeeld rondom een gemeenschappelijke binnentuin, is geschikter voor de kwaliteit en kansen voor ontmoeting dan een corridorflat. Maar deze zijn duurder om te bouwen. Wat mag het je kosten?’
Financiering is lastig
‘Dat brengt ons op de financiële afweging. Het is moeilijk om de financiering voor de exploitatie van ontmoetingsruimten rond te krijgen. Structurele financieringsbronnen voor preventie van eenzaamheid, welzijn en zorgzame gemeenschappen zijn wenselijk, maar veel financiering is nog projectmatig. En de subsidie Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) eist dat de ruimte ook open is voor de buurt – waardoor deze niet samengaat met subsidie voor realisatie. De manier waarop je (een deel van) de kosten van deze ruimte kunt terugverdienen hangt af van wie je wilt bedienen’, zegt Majoor. ‘Als het alleen voor bewoners is, kun je een opslag toepassen in de woningwaarderingspunten en een iets hogere huur vragen. Corporaties hebben echter weinig kans dat te verzilveren, vanwege de aftoppingsgrens.’
Heb je te maken met een doelgroep die een zorgindicatie heeft met een volledig pakket thuis, dan krijgt de zorgaanbieder geld om de kosten van de dagbestedingsruimte te dekken. Het is dan echter aannemelijk dat een zorgaanbieder exclusief gebruik van die ruimte wil, waardoor andere bewoners worden uitgesloten. Bovendien wil je niet dat de ontmoetingsruimte een zorgimago krijgt. Majoor: ‘We zien wel experimenten waarin ontmoeten, community en informele zorg aan terrein winnen. Er worden goede ervaringen gedeeld.’
In de Aedes-handreiking Aan de slag met ontmoetingsruimtes vind je alle mogelijke inkomstenbronnen en bijbehorende voorwaarden.
Slimme oplossingen
Wat zijn dan kansrijke routes om een betekenisvolle ruimte te realiseren voor bewoners én de exploitatie rond te rekenen? ‘Denk van te voren goed na welke doelgroep(en) je wilt bedienen met deze ruimte en maak daar heel duidelijke samenwerkingsafspraken over. Zo zien we bij gemengde woonvormen, waar mensen met en zonder zorgindicatie wonen, dat er meerdere gebruikstoepassingen worden bedacht. Bijvoorbeeld door een ruimte met een verplaatsbare wand te splitsen, zodat een deel ook voor dagbesteding gebruikt kan worden.’
Bovendien, zegt Majoor, kun je de nieuwbouw ook slim aanpakken, door bijvoorbeeld de beukmaat van een woning te gebruiken voor een ontmoetingsruimte. Die kan je dan eventueel eenvoudig weer ombouwen naar een woning. De kosten daarvoor zijn, in het perspectief van de complete businesscase, vaak wel acceptabel. En de kwaliteit van leven voor de nieuwe bewoners neemt echt toe. En: ‘Kijk waar de baten zitten, dan weet je ook welke partijen actief zouden moeten mee investeren.’
Partners overtuigen
De partners die bij een ontmoetingsruimte samenwerken, zijn de woningcorporatie als gebouweigenaar en actieve deelnemer aan de community, de zorgorganisatie en de gemeentelijke welzijnsorganisatie. Zo betaalt de gemeente het welzijnswerk vanuit het Wmo-budget. Hoewel het Wmo-budget vaak knelt, ziet Majoor dat deze woonvormen die op de buurt gericht zijn, besparingen op andere Wmo-uitgaven kunnen opleveren.
‘Als je bijvoorbeeld een oudere verleidt om van een gezinswoning naar een 0-tredenwoning te verhuizen, dan scheelt dat in potentie de installatie van een traplift. En stel dat je in de stalling van je seniorencomplex een deelscootmobielpunt kunt inrichten, dan zijn er minder scootmobielen nodig. Voor gemeenten zit er dus een businessplan in.’
Bewoners mobiliseren
Bij alles geldt: de bewoner moet enthousiast worden én het vermogen hebben iets te organiseren. ‘Zet dus in op gemengde complexen van bewoners met en zonder zorgvraag’, adviseert Majoor. ‘En soms kun je door sollicitaties of interviews nieuwe huurders aan de poort selecteren. Sommige corporaties zijn daar enthousiast over.
Zoals Habion in Hilversum, die bewoners selecteert. Je bespreekt dan wat je van de bewoners verwacht. Een communitymanager kan bewoners helpen om naar die community toe te groeien.’ De reuring-methodiek van Habion helpt om gestructureerd na te denken over de invulling van ontmoetingsruimten, besluit Majoor. ‘Door bewoners er direct bij te betrekken ontstaat er een mede-eigenaargevoel en is de kans op succes het grootst.’
