700 euro voor microwoning met speelgoedkeuken

Een sociale huurwoning van 17 m² met een speelgoedkeuken kan in Amsterdam meer dan 700 euro kosten. Vanwege de WOZ waarde. De Woonbond vindt dat onacceptabel – zeker voor sociale huur.
Een micro-appartement van 17 vierkante meter met een speelgoedkeuken en het zeer onzuinige energielabel G. Deze advertentie op het portal Woningnet Amsterdamlaat zien hoe scheef het puntensysteem kan uitpakken. In Amsterdam kan een sociale verhuurder deze miniwoning aanbieden tegen een kale huur van 713 euro per maand. Niet vanwege comfort of woonkwaliteit, maar door de hoge WOZ‑waarde en de monumentenstatus van het pand.
Een hok van 17 vierkante meter, met een mini keken en het slechtste energielabel verhuren voor meer dan 700 euro? Dit is precies waar het puntensysteem ontspoort.
WOZ‑waarde drijft maximale huurprijs op
De maximale huurprijs van sociale‑ en middenhuurwoningen wordt vastgesteld via het woningwaarderingsstelsel (WWS), beter bekend als het puntensysteem. Daarbij tellen onder meer woonoppervlak, voorzieningen, energielabel én de WOZ‑waarde mee. Vooral die WOZ‑waarde weegt in populaire steden zwaar. Het gevolg: ook zeer kleine woningen kunnen veel punten krijgen, simpelweg omdat ze op een plek staan waar woningen voor veel geld worden verkocht. Bij de introductie van de WOZ in het puntenstelsel waarmee de maximale huurprijs wordt berekend waarschuwde de Woonbond al voor dit effect.
Huurprijzen die je bij huisjesmelkers verwacht
Het voorbeeld uit Amsterdam spreekt boekdelen. De studio van 17 m², met een piepklein keukenblokje dat meer op een speelgoedkeuken dan op een volwaardige keuken lijkt, mag volgens het puntensysteem worden verhuurd voor meer dan 700 euro per maand. Dat zijn huurprijzen die je vooral verwacht bij huisjesmelkers die elk stukje ruimte maximaal uitbuiten voor winst. Niet bij sociale verhuurders, die juist betaalbare en fatsoenlijke woningen zouden moeten aanbieden.
Woonbond: dit is doorgeschoten
De Woonbond waarschuwt al langer dat de rol van de WOZ‑waarde in het puntensysteem te groot is geworden. Daarom pleit de bond voor een verdere beperking van het aantal punten dat een woning kan krijgen op basis van de WOZ‑waarde. Zo kun je voorkomen dat extreem kleine of matige woningen toch een hoge maximale huur krijgen. Betaalbaar wonen begint bij een eerlijke waardering van de woning zelf.
Minister kiest andere richting
Minister van Volkshuisvesting Elanor Boekholt‑O’Sullivan wil juist de andere kant op. Zij stelt voor om bij een deel van de middenhuurwoningen de WOZ‑waarde zwaarder te laten meetellen in het puntensysteem . Volgens de minister sluit de huurprijs dan beter aan ‘bij de markt’. De Woonbond waarschuwt dat dit de betaalbaarheid verder onder druk zet. Als locatie nóg zwaarder meetelt, worden juist kleine en eenvoudige woningen in steden opnieuw duurder. Daarmee raakt betaalbaar wonen verder uit zicht.
Tijd voor bijsturen
Wat de Woonbond betreft is het duidelijk: een mini‑appartement met een speelgoedkeukentje hoort geen huur van meer dan 700 euro te rechtvaardigen – al helemaal niet wanneer het om sociale huur gaat. Het puntensysteem moet weer doen waarvoor het bedoeld is: huurders beschermen tegen te hoge huren. daarvoor moet in ieder geval de rol van de WOZ-waarde in het puntenstelsel verder worden beperkt. Voor sociale én middenhuur.
