Kabinet zet in op honderdduizenden woningen voor ouderen

Bijna een derde van de 900.000 extra woningen die het kabinet de komende jaren wil bouwen, moeten speciaal geschikt zijn voor ouderen. Dat willen de ministers Hugo de Jonge (Wonen) en Conny Helder (Langdurige Zorg). Het gaat om in totaal 290.000 woningen voor senioren.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijven zij dat er nu ongeveer 800.000 mensen 80 jaar of ouder zijn. In 2040, over 17 jaar al, is dat aantal verdubbeld tot 1,6 miljoen. En die ouderen hebben speciale woningen nodig. Op die manier kunnen de ‘ouderen van morgen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen’.

Die ouderen zijn mensen die nu 65 jaar zijn. “Dit is een leeftijd waarop de meeste mensen vitaal zijn en een stap in hun wooncarrière kunnen maken. Het is tevens een leeftijd waarop het verstandig is na te denken over het wonen over tien of twintig jaar, wanneer de vitaliteit waarschijnlijk minder zal zijn.”

Verhuisketen
Helder en De Jonge schrijven dat het grote voordeel is dat er ‘een hele verhuisketen’ op gang komt. “Als een oudere een eengezinswoning achterlaat, kan een jong gezin daar naartoe verhuizen. Zij maken op hun beurt een passende woning voor een starter vrij. Zo leidt een verhuizing van een ouder iemand gemiddeld tot bijna drie verhuizingen.”

En dat is meer dan bij een gewone verhuizing. Uit onderzoek blijkt dat gemiddeld genomen de bouw van een kleine eengezinswoning tot 2,4 verhuizingen leidt.

Veel senioren staan niet te springen om te verhuizen. Ouderen zijn vaak gehecht aan hun huidige woning, zien op tegen het geregel dat bij een verhuizing komt kijken, zijn niet goed op de hoogte van het aanbod van woningen en kunnen tevens informatie over dat aanbod niet vinden.

Sociaal contact
Daarbij kunnen veel ouderen nog steeds geen woning vinden die bij hen past. Een inhaalslag is noodzakelijk, vindt het kabinet. Daarvoor kijken de ministers naar nieuwbouw maar ook naar beter gebruik van de bestaande woningvoorraad.

In hun plan schrijven beide ministers dat ze zich willen richten op drie soorten woningen: zogenaamde nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en verpleegzorgplekken.

Nultredenwoningen, het woord zegt het al, zijn woningen waarbij bewoners geen trappen hoeven te lopen. Zowel binnen het huis, als om het huis binnen te komen. Tot 2030 zijn er 170.000 nieuwe nultredenwoningen nodig.

Bij geclusterde woonvormen draait het om woningen die vooral zijn ingericht op het bevorderen van sociaal contact. Er is in deze woonvorm vaak een ontmoetingsruimte. En ook deze woningen zijn meestal traploos. Het gaat bijvoorbeeld om hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. Het doel is om 80.000 woningen in geclusterde woonvormen te bouwen.

De derde soort woningen, de verpleegzorgplekken, hebben extra voorzieningen zodat ze geschikt zijn voor mensen met een beperking of voor bewoners die zorg nodig hebben. Het kabinet wil 40.000 van deze plekken realiseren.

Oudere wil wel plek maken op woningmarkt, maar er is weinig keus