Nederland loopt achter bij zijn ambitie om komende jaren 150.000 sociale huurwoningen bij te bouwen en dat is ‘onacceptabel’, stelt de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties in een nieuw rapport. Alleen als overheden, corporaties en marktpartijen snel afspraken maken over het versnellen van bouwprojecten zou het nog kunnen lukken om de achterstand in te lopen.

Er zijn eerder plannen gemaakt om de nieuwe woningen voor eind 2025 af te hebben. Maar de voortgang blijft vooralsnog achter op de planning, constateert de Taskforce waarin het ministerie van Binnenlandse Zaken en organisaties voor provincies, gemeenten en de woningcorporaties samenwerken. Voor meer dan zeven op de tien nog te bouwen woningen is er namelijk nog geen onherroepelijke omgevingsvergunning. Daardoor kan de bouw niet starten en is het onzeker wanneer en of de huizen ooit klaar zullen zijn.

Bergen aan factoren die de bouw vertragen

In het rapport wijst de Taskforce op tal van problemen. Zo zijn er tekorten aan zowel bouwlocaties als personeel, middelen en materialen. Ook kosten procedures bij gemeenten, omgevingsdiensten en nutsbedrijven vaak veel tijd. Bezwaarprocedures zouden het proces daarbij met jaren kunnen verlengen. Verder maken volgens de opstellers van het rapport de veelheid aan vereisten en veranderende eisen projecten soms onhaalbaar.

‘We constateren allerlei knelpunten, de woningnood is een veelkoppig monster’, zegt Taskforce-voorzitter Staf Depla. Toch heeft hij er naar eigen zeggen vertrouwen in dat het nog kan lukken om de achterstand in te lopen. ‘Als we tenminste inzien dat de woningnood een crisis is die we als crisis moeten behandelen. En dat het om een inspanning gaat die een lange adem vergt.’

Oplossingen in alle fasen van de bouw

De Taskforce denkt dat het mogelijk is om in alle fasen van een bouwproject tijdswinst te boeken. Nu duurt het gemiddeld tien jaar om van initiatief naar woning te komen, maar dat zou veel sneller moeten kunnen. Een van de aanbevelingen is bijvoorbeeld dat opleveringsdatum en planningen voortaan onderdeel zouden moeten zijn van de afspraken tussen overheden, corporaties en marktpartijen. Ook zou er nog eens goed gekeken moeten worden naar ’tegenstrijdigheden in wet- en regelgeving’ zodat er sneller kan worden gebouwd.