Aedes-benchmark 2025: belangrijkste resultaten

Woningcorporaties hebben in 2024 opnieuw fors geïnvesteerd in onderhoud, verbetering en verduurzaming. Ze gaven hieraan € 12,1 miljard uit. Daarnaast bouwden corporaties bijna 22.000 woningen. Ook wisten corporaties hun dienstverlening aan huurders vorig jaar te verbeteren. Goed contact met huurders is daarvoor de sleutel.

Onderhoud, verbetering en verduurzaming: forse investeringen
Corporaties gaven in 2024 € 12,1 miljard uit aan onderhoud, verbetering en verduurzaming van hun woningen, een stijging van € 1,5 miljard. Voor het eerst zijn investeringen in woningverbetering de grootste uitgavenpost. Het aantal woningen waarin meer dan € 10.000 is geïnvesteerd, steeg fors van 153.110 woningen naar 192.790 woningen. De gemiddelde woningkwaliteit blijft stabiel, maar het aandeel ontevreden huurders groeit licht, vooral bij woningen met een slecht energielabel. Na groot onderhoud stijgt de waardering van huurders significant.

Verduurzaming: meer woningen met energielabel A of beter
De verduurzaming zet door: ruim 1 miljoen corporatiewoningen hebben inmiddels energielabel A of beter. De gemiddelde warmtevraag en de EP2-indicator zijn verder gedaald. Corporaties zijn hard bezig met het isoleren van hun woningen. Wel neemt het aantal geplaatste zonnepanelen licht af, mede door veranderingen in de salderingsregeling. Gemeenten spelen een steeds grotere rol in de verduurzaming via wijkgerichte aanpakken.

Nieuwbouw: meer woningen opgeleverd, kosten stijgen
Corporaties bouwden in 2024 21.761 nieuwe woningen, bijna 4.000 meer dan het jaar ervoor. Vooral het aantal meergezinswoningen is gestegen. De gemiddelde stichtingskosten per woning namen toe tot € 228.100, vooral door hogere bouwkosten. De gemiddelde huurprijs voor sociale huurwoningen steeg met 5,9%, waarbij regionale verschillen afnemen door landelijk beleid.

Financiën: bedrijfslasten op recordhoogte, afhankelijkheid van leningen groeit
De beïnvloedbare bedrijfslasten zijn gestegen naar € 1.097 per verhuureenheid, het hoogste niveau sinds de start van de benchmark. Vooral personeelskosten nemen toe, mede door een cao-loonsverhoging van 10%. Het tekort op het huishoudboekje loopt op naar € 48 per verhuureenheid per maand. Corporaties zijn steeds afhankelijker van externe financiering: 56% van de investeringen wordt nu met vreemd vermogen gefinancierd, tegenover 21% in 2020.

Huurdersoordeel: meer tevredenheid over reparaties
Huurders zijn in 2025 opnieuw positiever over het reparatieproces. De gemiddelde score steeg naar 8,1. Voor het eerst behaalt de meerderheid van de corporaties een A-score op dit onderdeel. Ook nieuwe huurders zijn tevredener: hun oordeel stijgt naar 7,9. Het contact met medewerkers blijkt doorslaggevend voor een positieve ervaring. De tevredenheid van vertrokken huurders blijft stabiel op 7,4.

Leefbaarheid: inzet groeit, beeld bij huurders blijft gelijk
Corporaties investeren opnieuw meer in leefbaarheid, met een stijging van het aantal fte’s en de uitgaven per verhuureenheid. Toch blijft het gemiddelde oordeel van huurders over leefbaarheid stabiel op een 6,0. Een derde van de huurders heeft geen duidelijk beeld van de inzet van hun corporatie op dit vlak. Nieuw is de koppeling met de Leefbaarometer, waarmee corporaties hun prestaties beter kunnen vergelijken met andere corporaties in vergelijkbare gebieden.